[1] Waarom je moeder en ik bijna altijd een kamerjas dragen
Auteur
Wouter Deprez
Illustrator
Frow Steeman
De Vlaamse cabaretier Wouter Deprez is voor het eerst vader geworden. Het prille vaderschap verwondert en ontroert hem. Hij legt zijn eerste indrukken vast in tedere en vrolijke brieven aan zijn zoon. De brieven doen verslag van Wouters enthousiasme bij de eerste lach van zijn zoon, zijn verbazing over de snelheid waarmee de baby groeit, zijn ergernis over de slapeloze nachten, zijn onzekerheid als hij aan de toekomst denkt,...
Naat is zes. Dat is al heel wat, vindt hij. Hij zit in de klas van juf Pat. Af en toe is juf Pat boos op Naat. Als hij ruzie maakt met Piet, of als hij een streep zet in een boek. Maar meestal begrijpt juf Pat Naat heel goed. Naat houdt niet van drukte. Hij wil alles het liefst gewoon. Als het feest is en de kinderen verkleden zich, doet hij liever niet mee. Toch vindt hij het wel fijn om naar de anderen te kijken. Langzaam aan leert Naat ook met ongewone dingen omgaan.
Alle figuren in dit boek kijken je in de ogen, want je bent zelf de ik-persoon uit het verhaal. Je bent zo blij dat je het van de daken wil schreeuwen. Je wil de blije ij van blij dwars door de kerk laten klinken, of in de bibliotheek, of op de markt, in het ziekenhuis, op de bus, in de schouwburg. Maar iedereen stuurt je weer weg. Tot een oude man uiteindelijk vraagt waarom je toch zo blij bent ...
Daantje Traantje huilde altijd en overal: als hij naar school ging, als het bedtijd was, als hij spinazie moest eten... Op een dag huilde Daantje zo hard dat zijn tranen een vijver vormden in de tuin. Een vogel en een kikker ontdekten deze vijver en spatten er vrolijk in rond. De volgende dag zat de vijver vol met dieren. Ze dwongen Daantje om meer te huilen, zodat de vijver nog groter werd. 's Avonds was Daantje zo uitgeput dat hij zijn spinazie opat zonder ook maar één traantje te laten. Maar de dieren wilden nog meer water, en nog en nog...
In dit mooie prentenboek ontmoeten we drie tovenaars die problemen hebben. Ze willen gekleurde ballonnen toveren, maar het lukt niet. Ze sturen Konijntje erop uit om iemand te zoeken die de tovermelodie wel kent. Konijntje gaat zoeken op de kermis, maar de bijzondere ballon verliest zijn lucht en komt zo op de grond terecht. Iedereen loopt achteloos voorbij. Maar een klein meisje, Effi is haar naam, hoort Konijntje en komt naar de ballon toe. Ze blaast de ballon weer op. Konijntje vraagt Effi mee te gaan naar het huisje van de tovenaars. Konijntje leidt haar door de massa ernaar toe. Daar vragen de tovenaars haar het liedje te zingen dat ze op de kermis aan het zingen was. Nu lukt het toverwerk wel. Weldra zit het hele huis vol ballonnen. Het raam wordt geopend en de ballonnen vliegen in een lange sliert de lucht in. Wat zijn de tovenaars en Effi blij!
Mijn naam is Lotte Hanoeman. Ik woon in een huis op blauwe poten, met een ladder van blauw lint. Op de voordeur heb ik mijn naam geschreven. In de keuken staat een appeltaart in de oven. Ik heb veel kostuums in mijn verkleedkist en speel vaak toneel. Soms doet Saar, mijn buurmeisje, ook mee. Op mijn balkon staat een sterrenkijker. Ik hoop dat ik ooit een zeemeermin zal zien. Ik slaap op het dak van mijn huis, in een hangmat die aan de appelboom hangt. 's Morgens word ik wakker gekraaid door de haan van Saar. Dan komt Saar op bezoek en eten we samen appeltaart. De haan kraait naar de zon en wij kraaien met hem mee.
Dit is een boek met een idee erin. Een idee over het verleden en de toekomst. Het is een oproep ook. Om een put te graven en met wat uit de put komt een toren te bouwen. Wie doet er mee? Hoe je heet of waar je vandaan komt, speelt geen rol. Als je maar bereid bent om te graven. Of om te bouwen. In dit boek wordt gefilosofeerd over de tijd.
Een dik, stevig en volledig geplastificeerd kartonboekje met prenten en vragen over gevoelens. Het concept stimuleert de kinderen om de pagina's om te slaan en leert hen zo om een boek van links naar rechts te 'lezen'. Lees de vraag op de rechterpagina, sla het blad om en ontdek het antwoord op de volgende linkerpagina. Grote educatieve waarde.
Grote Toren en Kleine Toren staan op een burcht tussen de heuvels. Wanneer Kleine Toren zich verveelt, nemen de torens de trein naar de stad. Daar kijken ze verbaasd naar de grote wolkenkrabbers. Een wolkenkrabber laat hen op zijn dak slapen. De volgende morgen worden Grote Toren en Kleine Toren gewekt door het lawaai in de straten. Na een poosje verlangen ze naar de rust van hun burcht. Vier wolkenkrabbers gaan met hen mee. Maar zij vinden de rustige burcht algauw te saai en verlangen naar de drukte van de stad...
Lancelotje is een krijger die moe is van het vechten... Zijn hoofd zit vol gif dat af en toe staat te pruttelen. Onder zijn helm. Want hij zet die nooit af. Een groepje bengels slaagt erin de helm van zijn hoofd te gooien. Alle slechte gedachten verdwijnen uit het hoofd van de krijger. Het verhaal neemt een verrassende wending: je verovert de wereld met humor en niet met geweld…